Foto’s en video’s mulo-ulo

Het mulodiploma werd uitgereikt door een van de drie landelijke muloverenigingen. In dit geval door ‘De vereniging voor Christelijk M.U.L.O.’

 

Het lager onderwijs (l.o.) mocht vanaf 1853 een of meer extra vakken na het zesde leerjaar aanbieden en verwierf daarmee de mulostatus (meer uitgebreid l.o.). Weer later (1920) mochten ze zich ulo noemen (uitgebreid l.o.).
Klassenfeest mulo rond 1965 in de voor die tijd bekende ‘dasje-jasje’ ambiance en nog zonder popmuziek.
Klassiek, ongeschonden onderwijsgebouw in Nijmegen. Naast openbare ulo’s (foto) kende elke zuil (protestant, katholiek) zijn eigen versie van de mulo opleiding.
Fietsenrally’s hoorden tot een relatief gemakkelijk en goedkoop georganiseerde buitenschoolse activiteit. Alle muloleerlingen namen deel want het kende geen eigen bijdrage. Bandenplakken hoorde erbij.
De drie Prisma woordenboeken hoorden samen met een degelijke leren schooltas, passer en driehoek tot de standaarduitrusting van een eersteklassers op de mulo.
Mulomeisjes kregen meestal apart van de jongens gymnastiekles. Niet alleen in de katholieke zuil was dat een gewoonte.
Tot eind jaren zestig was er eigenlijk een monocultuur waarin de (mulo)jongeren de voorkeuren van hun ouders volgden. Geleidelijk kreeg de eigen jeugdcultuur vorm.
Meisjes bij het mulovak Nuttige Handwerken nemen even pauze. Het breien of haken van pannenlappen was niet ongebruikelijk.
Enthousiaste, jonge leerkrachten begeleidden een delegatie van hun mulo naar een interscolair sportkamp in Weert (ca. 1966).